Volkoren en duurzaamheid

De grote invloed van voedselproductie en -consumptie op het milieu dwingen ons tot duurzame keuzes. Door de kleine voetafdruk zijn volkorengranen zo’n duurzame keuze. Bij de teelt daarvan en productie van brood liggen wel kansen om die voetafdruk nog verder te verkleinen. 

DE IMPACT VAN WAT WE ETEN
Een derde van alle milieubelasting

Duurzaamheid wordt binnen voeding een steeds belangrijker thema. Duurzaamheid draait onder meer om herkomst, milieu, natuurbehoud, eerlijke handel en dierenwelzijn. Voor de productie van voedingsmiddelen zijn land, water, energie, mest, diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen nodig. Ook het bewerken, verpakken, transporteren en distribueren van voedingsmiddelen belast het milieu. Opgeteld komt ongeveer een derde van alle milieubelasting voort uit het maken en eten van voedsel.

VOETAFDRUK VAN VOEDING
De kleine schoenmaat van volkoren

Een grote milieubelasting is de uitstoot van broeikasgassen, zoals methaan en CO2. Om een goede vergelijking tussen voedingsmiddelen te maken, is het gangbaar om alle broeikasgassen terug te rekenen naar CO2-equivalenten en uit te drukken in een carbon footprint of CO2-voetafdruk. Vlees – met name rundvlees – heeft de grootste voetafdruk. Na vlees zijn dat kaas, vis en eieren. De meeste plantaardige producten dragen minder bij aan het broeikaseffect. Brood en graanproducten kennen een kleinere voetafdruk dan andere eiwitbronnen.

Binnen de categorie brood en graanproducten zitten verschillen. Rijst belast het milieu bijvoorbeeld meer dan tarwe, rogge en haver. In de categorie brood heeft volkorenbrood een kleinere CO2-voetafdruk dan brood van geraffineerd graan. Door een efficiënter gebruik van de graankorrel is dat verschil ongeveer 5%. Als voorbeeld: met zo’n 10 kilo tarwe kun je 60 volkoren tarwebroden bakken en maar 42 witte tarwebroden.

VOORBIJ DE VOETAFDRUK
Volkoren versus witbrood

Wil je verder kijken dan de uitstoot van broeikasgassen, dan is de levenscyclusanalyse (LCA)-methode een goed meetinstrument. Die neemt ook factoren mee als landgebruik, waterverbruik en verzuring van de bodem. Vergelijk je op die manier wit en volkoren tarwebrood, dan blijkt volkoren tarwebrood de aarde minder op te warmen en beter te scoren op landgebruik, bodemverzuring en zoetwatervermesting. In vergelijking met witbrood heeft volkorenbrood dus zowel een kleinere CO2-voetdafdruk als een minder milieubelastende levenscyclus.

DE HELE VOLKORENKETEN
Kansen in teelt en productie

De productieketen van graankorrel tot brood omvat verschillende fases. Het startpunt daarvan is de teelt, gevolgd door het malen, bakken, verpakken, transporteren en verkopen via kanalen als de horeca, supermarkten en bakkerijwinkels. Ook verspilling rekenen we tot die totale productieketen. Wat opvalt is dat vooral bemesting van graan en de productie van brood het milieu belasten. Beide processen bieden kansen om milieubelasting terug te dringen. Bijvoorbeeld door het energiegebruik en gebruik van meststoffen te verlagen, reststromen beter te gebruiken en verspilling tegen te gaan.

EEN ANDER EETPATROON
Dierlijk versus plantaardig

Een duurzaam voedingspatroon bestaat uit volkoren granen, peulvruchten, noten, fruit en groente en kleinere hoeveelheden ei, zuivel, kip en vis en weinig rood vlees. Dat benadrukken wereldwijde autoriteiten als de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), maar ook nationale organisaties zoals het Voedingscentrum. Het Planetary Health Diet – gepubliceerd door de EAT Lancet Commission in 2019 – onderstreept dat calorieën voornamelijk uit plantaardige producten moeten komen om de wereldbevolking ook in de toekomst gezond en duurzaam te kunnen voeden. Dat betekent een drastische verandering van het huidige voedingspatroon. Volkorengranen houden daarin een prominente plek.

Milieubelasting van voeding

Binnen een gemiddeld Europees voedingspatroon komt een derde van de energie uit granen. Tegelijkertijd is de milieubelasting van graanproductie laag: slechts 10% van de broeikasgasemissies en 15% van het landgebruik. De productie van vlees veroorzaakt ruim een derde van de broeikasgasemissies
en de helft van het landgebruik. Zouden Europeanen een kwart van hun
vlees- en zuivelconsumptie verruilen voor plantaardige producten, dan is hun eiwitinname weliswaar lager, maar nog steeds hoger dan aanbevolen door de WHO. Terwijl de milieubelasting van hun voedingspatroon dan veel minder groot is. Bij die eiwittransitie kan graan een belangrijke rol spelen en zorgen voor gezonde verduurzaming.

Bron: NBC, white paper, de voordelen van volkoren, 2022